|
|
|
| ECLI:NL:RBZWB:2026:8667 | | | | | Datum uitspraak | : | 07-09-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 17-09-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Zeeland-West-Brabant | | Zaaknummers | : | BRE 25/4735 en 26/4797 | | Rechtsgebied | : | Belastingrecht | | Indicatie | : | Artikel 8:54 van de Awb: de rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Het bezwaarschrift is ruim buiten de loontijdvakken ingediend, waardoor belanghebbende te laat is met het indienen van het bezwaarschrift. De rechtbank oordeelt dat de door belanghebbende genoemde reden geen verontschuldiging is voor het te laat indienen van het bezwaar. | | Trefwoorden | : | belastingrecht | | | inkomstenbelasting | | | loonbelasting | | | wet op de loonbelasting | | | | Uitspraak | RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/4735 en 26/4797
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] (Duitsland), belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 13 augustus 2025. De beroepen zien op de ingehouden loonheffingen voor de tijdvakken gelegen in de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 en 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 op het [loonbelastingnummer] . De rechtbank had per abuis in eerste instantie alleen een zaaknummer aangemaakt voor de tijdvakken gelegen in 2023 (25/4735). De rechtbank heeft daarom later een zaaknummer aangemaakt voor de tijdvakken gelegen in 2024 (26/4797).
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk ongegrond zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bezwaar te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de van de voldoening, de inhouding of de afdracht.
Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.
3.1.
Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Is het bezwaarschrift te laat ingediend?
4. De Belastingdienst heeft op 25 juli 2025 het bezwaar van belanghebbende tegen de ingehouden loonheffing – voor de tijdvakken gelegen in de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 en 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 – ontvangen. De inhoudingsplichtige houdt belasting in op het tijdstip dat belanghebbende het loon geniet. Het bezwaarschrift is ruim buiten de loontijdvakken ingediend, waardoor belanghebbende te laat is met het indienen van het bezwaarschrift.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft hiervoor de volgende reden gegeven. In Duitsland lopen de belastingaangiften meerdere jaren achter, waardoor belanghebbende niet zou beschikken over de benodigde informatie. Aangezien belanghebbende pas later bekend werd met de nieuwe inzichten (en de volledige informatie), in combinatie met de Duitse belastingaangiften, had het volgens belanghebbende niet op zijn weg gelegen om eerder in bezwaar te gaan.
6. De rechtbank oordeelt dat de door belanghebbende genoemde reden geen verontschuldiging is voor het te laat indienen van het bezwaar. Ingeval een belanghebbende wel in staat is geweest om binnen de wettelijke termijn bezwaar te maken (dan wel hulp te zoeken), zoals hier het geval, maar dat niet heeft gedaan omdat hij daartoe toentertijd geen reden had, kan een nadien opgekomen reden, zoals het verkrijgen van nieuwe inzichten, niet bewerkstelligen dat een inmiddels niet-verschoonbare termijnoverschrijding alsnog verschoonbaar wordt. De inspecteur heeft dan ook terecht geconcludeerd dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
Conclusie en gevolgen
7. De bezwaren zijn daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. De beroepen zijn daarom ongegrond. Dat betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
8. De rechtbank overweegt ten overvloede dat weliswaar de uitspraken op bezwaar over de ingehouden loonheffingen in stand blijven, maar dat de inspecteur naar aanleiding van de beroepsprocedure de aanslagen inkomstenbelasting 2023 en 2024 ambtshalve heeft verminderd. Belanghebbende heeft via deze aanslagen de ingehouden loonheffingen terug ontvangen.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van R.M. Rosta, griffier, op 7 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit volgt uit artikel 6:7 van de Awb.
Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb.
Dit staat in artikel 27 van de Wet op de loonbelasting 1964.
Vgl. Hoge Raad 28 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW4062, Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1368. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|