|
|
|
| ECLI:NL:CRVB:2026:1242 | | | | | Datum uitspraak | : | 27-08-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 30-09-2026 | | Instantie | : | Centrale Raad van Beroep | | Zaaknummers | : | 25/1803 ANW-PV | | Rechtsgebied | : | Socialezekerheidsrecht | | Indicatie | : | Afwijzing aanvraag om een ANW-uitkering. De overleden echtgenoot van appellante was op de datum van zijn overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW. Ook was hij niet verzekerd op grond van de Marokkaanse wetgeving. | | Trefwoorden | : | aow | | | uitkering | | | | Uitspraak | 25/1803 ANW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 juli 2025, 24/6675 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 27 augustus 2026
Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Griffier: A.M. van Oorschot
De zitting is gehouden op 27 augustus 2026. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Appellante woont in Marokko en is gehuwd geweest met [naam echtgenoot], geboren in 1933. De echtgenoot van appellante heeft in Nederland gewoond en gewerkt en is naar Marokko teruggekeerd. Hij ontving een remigratie-uitkering en een AOW-pensioen. Op [datum] 2024 is de echtgenoot in Marokko overleden. Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW aangevraagd.
2. Met een besluit van 5 juli 2024 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met een besluit van 8 oktober 2024 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Hij was ook niet vrijwillig verzekerd voor de ANW. Verder is op de aanvraag weliswaar aangegeven dat de echtgenoot verzekerd was volgens de Marokkaanse wetgeving, maar de CNSS heeft geen informatie kunnen overleggen over tijdvakken van verzekering of daarmee gelijkgestelde tijdvakken.
3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de echtgenoot van appellante op de datum van zijn overlijden in Nederland niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Ook is niet gebleken dat sprake was van een vrijwillige verzekering of verzekering op grond van verdragsbepalingen tussen Nederland en Marokko. Appellante heeft daarom geen recht op een ANW-uitkering. Of de echtgenoot van appellante een AOW-pensioen ontving, is daarbij niet van belang.
4. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Zij heeft tegen die uitspraak aangevoerd dat zij recht heeft op een ANW-uitkering omdat haar overleden echtgenoot een AOW-pensioen uit Nederland ontving. Verder is aangevoerd dat appellante zich in een slechte financiële situatie bevindt en de uitkering nodig heeft om haar familie te onderhouden.
5. De Raad is het eens met het oordeel van de rechtbank en neemt de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen over. Daar wordt het volgende aan toegevoegd. Weliswaar heeft de CNSS op het aanvraagformulier M/NL/203 aangekruist dat de overleden echtgenoot op datum van zijn overlijden verzekerd was op grond van de wetgeving van Marokko, maar uit het door de Svb in hoger beroep ingezonden formulier MN/NM/205 blijkt dat dit betrekking had op de zorgverzekering. De echtgenoot van appellante was op die datum niet verzekerd voor het overlijdensrisico op grond van de Marokkaanse wetgeving. Het feit dat appellante zich in een slechte financiële positie bevindt, maakt niet dat zij om die reden aanspraak kan maken op een ANW-uitkering.
6. Het hoger beroep slaagt dus niet. Dit betekent dat het besluit van de Svb tot afwijzing van de aanvraag om een ANW-uitkering in stand blijft.
7. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) A.M. van Oorschot (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.
Le greffier Le membre de la chambre du juge unique.
(signé) A.M. van Oorschot (signé) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.
Algemene Ouderdomswet.
Algemene Nabestaandenwet.
Caisse Nationale de Sécurité Sociale. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|