Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:9895 
 
Datum uitspraak:04-09-2026
Datum gepubliceerd:13-10-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:11985672 CV EXPL 25-16533
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Treintje rijden; geen oneerlijke bedingen in de algemene voorwaarden. Gedaagde erkent de garage te hebben verlaten zonder te betalen, maar geeft als reden daarvoor aan dat de betaalautomaat niet werkte. Eisende partij heeft echter voldoende onderbouwd dat in de parkeerfaciliteit meer betaalautomaten aanwezig zijn en dat de klantenservice via meerdere 'help-knoppen' te allen tijde bereikbaar is. Er is niet gebleken dat gedaagde daarvan gebruik heeft gemaakt.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
tarieven
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11985672 \ CV EXPL 25-16533

Vonnis van 4 september 2026

in de zaak van



de besloten vennootschap Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Q-Park,
gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel,

tegen




[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.




VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 20 november 2025, met producties, heeft Q-Park gevorderd zoals in de dagvaarding vermeld.


[gedaagde] heeft mondeling geantwoord.
Bij tussenvonnis van 19 december 2025 is de zaak verwezen naar de rolzitting voor schriftelijk voortprocederen.

Q-Park heeft een conclusie van repliek, met producties - waaronder een USB-stick - genomen.

Hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt van de gelegenheid tot het nemen van een conclusie van dupliek.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.






GRONDEN VAN DE BESLISSING


Feiten

1.1.
Q-Park exploiteert en beheert een parkeergarage in Den Haag, genaamd “DEN HAAG Noordeinde” (hierna: de parkeergarage).


1.2.
Voor het gebruik van de parkeergarage is een parkeervergoeding verschuldigd.


1.3.
Bij de ingang van de parkeergarage staat een bord met informatie over onder meer de tarieven en de toepasselijkheid van algemene voorwaarden.


1.4.
Op 14 september 2025 om 04:41 uur is een auto met het kenteken [kenteken 1] , type BMW 518D (hierna: de auto) zonder te betalen de parkeergarage uitgereden. Het kenteken van de auto stond op dat moment op naam van [gedaagde] .


1.5.
Q-Park heeft in haar Algemene Voorwaarden Parkeren versie 2.2025 (hierna: de algemene voorwaarden) voorschriften opgenomen over de betaling van parkeergeld en over het betalen van een boete in geval van ‘treintje rijden’.


1.6.
De gemachtigde van Q-Park heeft [gedaagde] bij brief van 26 september 2025 tot betaling van een bedrag van € 388,71 aangemaand en bij niet tijdige betaling – binnen 16 dagen na bezorging van de brief – een bedrag van € 58,31 aan buitengerechtelijke kosten aangezegd.



Geschil
2. Q-Park vordert in conventie [gedaagde] te veroordelen tot betaling van:a) € 6,30 wegens verschuldigd parkeergeld;b) € 382,41 als schadevergoeding; c) € 58,31 als vergoeding voor buitengerechtelijke kosten;
vermeerderd met de wettelijke rente over de onder a), b) en c) genoemde bedragen.
3. Q-Park stelt daartoe - kort gezegd - dat [gedaagde] door zich schuldig te maken aan ‘treintje rijden’ tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten (parkeer-)overeenkomst, althans onrechtmatig heeft gehandeld tegenover Q-Park. Op grond van de algemene voorwaarden is [gedaagde] de gevorderde hoofdsom van € 388,71 verschuldigd, bestaande uit een bedrag van € 6,30 wegens verschuldigd parkeergeld en € 382,41 als schadevergoeding. Aangezien [gedaagde] ondanks daartoe te zijn aangemaand, met betaling in gebreke is gebleven, maakt Q-Park voorts aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en rente.

4. [gedaagde] heeft verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen zal hieronder voor zover van belang nader worden ingegaan.



Beoordeling

5. [gedaagde] erkent dat hij op 14 september 2025 zonder te betalen de parkeergarage is uitgereden, maar voert aan dat het ondanks diverse pogingen niet lukte om bij de automaat te betalen. Vervolgens is hij samen met een vriend naar boven gegaan en heeft op een knop gedrukt om in contact met Q-Park te komen, maar ook dit zonder succes. Totaal zijn ze wel een half uur bezig geweest om te proberen te betalen of contact te leggen. Uiteindelijk is [gedaagde] maar achter de auto van zijn vriend met kenteken [kenteken 2] gereden. Hij is wel bereid het verschuldigde parkeergeld te betalen.

6. Q-Park heeft haar stelling nader toegelicht aan de hand van beeldmateriaal. Op het door haar overgelegde beeldmateriaal is, volgens haar, te zien dat de voorganger van [gedaagde] geen moeite heeft met het verlaten van de parkeerfaciliteit en dat [gedaagde] geen poging heeft gedaan om bij de automaat bij de uitgang te betalen, maar zonder stoppen is doorgereden. [gedaagde] heeft niet geprobeerd bij alle automaten te betalen. Daarnaast is in haar logoverzicht niet zichtbaar dat er rond het tijdstip van uitrijden contact is gezocht via de hulpknoppen. Geregistreerde oproepen van voor en na dat tijdstip zijn allen beantwoord. Q-Park heeft ter onderbouwing van haar stelling loggegevens en een toelichting op het gebruik van de hulpknoppen overgelegd.
7. Tegenover deze gemotiveerde stelling, heeft [gedaagde] zijn verweer dat hij niet kon betalen en dat contact ook niet mogelijk was onvoldoende onderbouwd. Hij heeft immers helemaal niet meer gereageerd op het door Q-Park overgelegde beeldmateriaal en de overgelegde loggegevens. Zijn verweer wordt daarom verworpen. Daarmee is vast komen te staan dat [gedaagde] op 14 september 2025 om 04:41 uur in de parkeergarage heeft ‘treintje gereden’.

8. [gedaagde] heeft niet betwist dat de algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn. Op grond daarvan is [gedaagde] aan Q-Park in geval van ‘treintje rijden’ een boete verschuldigd van € 382,41 en verder het tarief voor een verloren kaart.

Ambtshalve toetsen


9. Omdat de overeenkomst waar Q-Park zich op beroept is gesloten met een consument moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of Q-Park de informatieplichten ten tijde van het sluiten van de overeenkomst heeft nageleefd. De overeenkomst is tot stand gekomen binnen de verkoopruimte en Q-Park heeft voldoende onderbouwd gesteld dat zij voldaan heeft aan de informatieplichten die zij heeft op grond van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

10. De kantonrechter moet ook uit eigen beweging beoordelen of de bedingen in de overeenkomst en de algemene voorwaarden oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EEG (de richtlijn oneerlijke bedingen, hierna: de richtlijn). Bij die beoordeling gaat het erom of een beding, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort (artikel 3 lid 1 van de richtlijn). Daarbij moet onder meer rekening worden gehouden met alle andere bedingen van die overeenkomst.
10. In artikelen 5.5, 6.6 en 7.5 van de in deze zaak overgelegde versie van de algemene voorwaarden versie 2.2025 (hierna: de algemene voorwaarden) zijn bepalingen opgenomen over de door de consument te vergoeden schade:

‘5. Gebruikersvoorschriften


(…)


5.5

Het met een Motorvoertuig of enig onder voertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit zonder gebruikmaking van een geldig door Q-Park geaccepteerd Parkeerbewijs (bijvoorbeeld door langs de slagboom te rijden of door middel van het zogenoemde “treintje rijden”, waarbij de Klant direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt,) is onder geen beding toegestaan. Indien Q-Park gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in dit artikel constateert, is de Klant het voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” (zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit) verschuldigd, alsmede een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 382,41 (prijspeil 2025).


(…)


6 Parkeergeld en betaling


(…)


Kortparkeren

(…)



6.6

In geval van verlies of ontbreken van het Parkeerbewijs is de Parkeerder het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” (zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit) verschuldigd. De Parkeerder dient dit bedrag vóór het verlaten van de Parkeerfaciliteit te voldoen. Indien de Klant achteraf door middel van de klachtenprocedure aan kan tonen wat de daadwerkelijke parkeertijd was, zal eventuele restitutie op basis daarvan plaats vinden. De bewijslast met betrekking tot de daadwerkelijke parkeertijd berust bij de Klant.


(…)


7 Aansprakelijkheid


(…)



7.5

De Klant is aansprakelijk voor alle schade die door hem is veroorzaakt aan de Parkeerfaciliteit of de daarbij behorende apparatuur en installaties.’


12. Op grond van artikel 5.5 van de algemene voorwaarden kan Q-Park het tarief verloren kaart en een schadevergoeding vorderen. Uit de tekst van het beding volgt dat deze vergoedingen zien op verschillende schadeposten, zodat dit beding niet tot dubbele vergoedingen zal leiden. Gelet op de gemotiveerde onderbouwing van Q-Park van de hoogte van de schadevergoeding wordt deze als niet oneerlijk beoordeeld. Het forfaitaire bedrag van € 382,41 dient volgens Q-Park namelijk als prikkel tot nakoming (uitrijden nadat er is betaald) en mag in dat opzicht voldoende afschrikwekkend zijn om te ontmoedigen dat langs de slagboom wordt gereden of direct achter de voorganger onder de slagboom door wordt gereden. Bovendien staat het in redelijke verhouding tot het belang van Q-Park en dient het voor vergoeding van algemenere schade, zoals de inzet van personeel en apparatuur met betrekking tot het voorkomen van en klachten over treintje rijden. Verder kan treintje rijden leiden tot kopieergedrag, schade aan de slagboom bij het uitrijden en een onveilig gevoel in de parkeergarage. Van een buitensporige boete is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake.

13. Artikel 6.6 gaat ook over het tarief verloren kaart, maar gelet op de formulering leidt dit niet tot cumulatie met artikel 5.5. Artikel 7.5 gaat over schade veroorzaakt aan de parkeerfaciliteit, wat gelet op de definitie van artikel 1 doelt op (materiële) schade aan de parkeergarage of het parkeerterrein en niet op schade van Q-Park. Daarmee ziet dit artikel op andere schadeposten dan waarop artikel 5.5 ziet, zodat dit niet tot dubbele vergoedingen zal leiden.

14. De kantonrechter beoordeelt de hierboven geciteerde bedingen dan ook als niet oneerlijk.


Verschuldigd parkeergeld en schadevergoeding.


15. Q-Park vordert het verschuldigde parkeergeld van € 6,30 dat is berekend aan de hand van van het tijdstip van binnenrijden en het tijdstip van de gedraging met gebruikmaking van het parkeertarief per uur van de desbetreffende parkeerfaciliteit uitgaande en de aanvullende schadevergoeding van € 382,41. Q-Park legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] de in artikel 5.5. van de algemene voorwaarden genoemde schadevergoeding moet betalen omdat hij toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op hem rustende verplichtingen uit de overeenkomst dan wel een onrechtmatige daad heeft gepleegd door de parkeergarage te verlaten zonder geldig betaalbewijs. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de gevorderde bedragen moet betalen. Daarvoor is het volgende redengevend.

16. [gedaagde] heeft erkend het parkeergeld verschuldigd te zijn, zodat dit deel van de vordering reeds daarom toewijsbaar is. Verder volgt uit artikel 5.5. van de algemene voorwaarden, kort gezegd, dat een aanvullende schadevergoeding verschuldigd is als de parkeerfaciliteit met een motorvoertuig wordt verlaten zonder te betalen, bijvoorbeeld door treintje te rijden. [gedaagde] erkent dat hij de parkeergarage heeft verlaten zonder te betalen en is daarom gehouden om de genoemde schadevergoeding te betalen.

17. Dat volgens [gedaagde] het betaalautomaat niet werkte, maakt het oordeel niet anders. Q-Park heeft namelijk voldoende onderbouwd gesteld dat er in de parkeerfaciliteit meerdere betaalautomaten aanwezig zijn, dat de klantenservice van Q-Park ten alle tijden bereikbaar is en dat in elke parkeeraccommodatie op meerdere plaatsen “help-knoppen” te vinden zijn waarmee de parkeerder direct contact kan krijgen met de klantenservice van Q-Park. Er is niet gebleken dat [gedaagde] daar gebruik van heeft gemaakt.


Wettelijke rente


18. Omdat [gedaagde] het door hem verschuldigde parkeergeld en de aanvullende schadevergoeding niet op tijd heeft betaald, is hij de wettelijke rente verschuldigd. Deze zal worden toegewezen vanaf de datum van pleging, namelijk 14 september 2025.


Buitengerechtelijke kosten


19. Q-Park vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Omdat [gedaagde] consument is, moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Q-Park heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 58,31 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Aangezien Q-Park niet heeft gesteld dat de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding is geleden, zal de gevorderde rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.


Proceskosten


20. Als in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] veroordeeld in de kosten van het geding gevallen aan de zijde van Q-Park





BESLISSING

De kantonrechter:


veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Q-Park van:

- € 388,71 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2025 tot aan de voldoening;
- € 58,31 aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2025;


veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Q-Park begroot op:exploot € 120,78salaris € 174,00griffierecht € 135,00 -----------------totaal € 429,78 voor zover van toepassing, inclusief btw;


veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 43,50 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;



verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;



wijst het meer of anders gevorderde af.










Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.















































399
Link naar deze uitspraak