|
|
|
| ECLI:NL:GHSHE:2026:2609 | | | | | Datum uitspraak | : | 23-09-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 29-10-2026 | | Instantie | : | Gerechtshof 's-Hertogenbosch | | Zaaknummers | : | 25/39 | | Rechtsgebied | : | Belastingrecht | | Indicatie | : | Aanslag forensenbelasting. Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht een aanslag forensenbelasting aan belanghebbende heeft opgelegd, omdat de tweede woning belanghebbende meer dan negentig dagen ter beschikking stond. Dat belanghebbende feitelijk minder dan negentig dagen in de tweede woning verbleef doet niet aan dat oordeel af. | | Trefwoorden | : | belastingrecht | | | forensenbelasting | | | | Uitspraak | GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 25/39
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 16 december 2024, nummer BRE 23/9327, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Vlissingen,
hierna: de heffingsambtenaar.
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
De heffingsambtenaar heeft de aanslag forensenbelasting voor het kalenderjaar 2023 opgelegd.
1.2.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
1.3.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
1.4.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
De zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2026 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende en, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar] .
1.6.
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2Feiten
2.1.
Belanghebbende is eigenaar van de woning aan [adres] in [woonplaats] (hierna: de woning). De woning was in de onderhavige periode gemeubileerd. Tot belanghebbendes huishouding behoren geen andere personen.
2.2.
Belanghebbende stond van 31 januari 2023 tot 14 juli 2023 ingeschreven in de gemeente [plaats] . De rest van het jaar stond belanghebbende ingeschreven in de gemeente Vlissingen.
2.3.
De heffingsambtenaar heeft op 30 juni 2023 een aanslag forensenbelasting voor het kalenderjaar 2023 aan belanghebbende opgelegd naar een bedrag van € 957,22.
3Geschil en conclusies van partijen
3.1.
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de aanslag forensenbelasting 2023 terecht en niet tot een te hoog bedrag aan belanghebbende is opgelegd.
3.2.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en vernietiging dan wel vermindering van de aanslag forensenbelasting 2023. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.
4Gronden
Ten aanzien van het geschil
Het toetsingskader
4.1.
De forensenbelasting is een directe belasting die wordt geheven van niet-ingezetenen, die door het beschikbaar houden van een woning voor minstens negentig dagen per jaar gebruik kunnen maken van gemeentelijke voorzieningen. Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet kan een gemeente een forensenbelasting heffen. De gemeente Vlissingen heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Het besluit tot het heffen van forensenbelasting is vastgelegd in de Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting Vlissingen 2023 (hierna: de Verordening). De Verordening luidt:
“Artikel 2, Belastbaar feit en belastingplicht
1. Onder de naam ‘forensenbelasting’ wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.
(…)
Artikel 4, Maatstaf van heffing en belastingtarief
De belasting bedraagt per woning € 957,22.”
Ten aanzien van de vraag of de aanslag forensenbelasting terecht is opgelegd
Standpunten van partijen
4.2.
Volgens belanghebbende is de aanslag forensenbelasting 2023 ten onrechte aan haar opgelegd. Zij stelt zich allereerst op het standpunt dat een gemeente niet verplicht is om een forensenbelasting te heffen. Belanghebbende vindt daarom dat de heffingsambtenaar moet kijken naar de omstandigheden van het geval. Zij heeft zich slechts laten uitschrijven uit de gemeente Vlissingen zodat zij een parkeervergunning in [plaats] kon aanvragen en haar werkzaamheden in [plaats] kon afronden. Haar woning in [plaats] is verkocht per 14 juli 2023. Na die periode heeft belanghebbende betaald voor de gemeentelijke voorzieningen als inwoner. De woning betreft dus geen vakantiewoning maar was tot het moment van de verkoop van haar woning in [plaats] haar tweede woning.
Belanghebbende stelt verder dat zij in de periode waarover de aanslag is opgelegd aanzienlijk minder dan negentig dagen in [woonplaats] is geweest. In de betreffende periode werkte belanghebbende in [plaats] . Zij was daardoor incidenteel in [woonplaats] ; meestal twee weekenden in [plaats] en één weekend in [woonplaats] . Daarnaast verbleef belanghebbende in de meivakantie in Spanje. Bij elkaar opgeteld is belanghebbende zodoende minder dan negentig dagen in [woonplaats] geweest. Zelfs als belanghebbende elk weekend naar [woonplaats] zou zijn gegaan, zou zij minder dan negentig dagen in [woonplaats] hebben verbleven.
Belanghebbende stelt zich daarnaast op het standpunt dat er geen sprake is van het beschikbaar houden van een woning, omdat zij slechts sporadisch in [woonplaats] verbleef door haar werkverplichtingen in [plaats] .
4.3.
De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat er sprake is van ‘ter beschikking houden’ als er een mogelijkheid is om van de woning gebruik te maken. Dat belanghebbende feitelijk geen negentig dagen van de woning gebruik heeft gemaakt, is zodoende niet relevant, aldus de heffingsambtenaar.
Oordeel van het hof
4.4.
Een gemeente is niet verplicht om een forensenbelasting te heffen, maar kan van deze mogelijkheid gebruik maken. De gemeente Vlissingen heeft in de Verordening de keuze gemaakt om een forensenbelasting te heffen. Hierdoor heeft de heffingsambtenaar niet meer de keuze om wel of geen forensenbelasting te heffen; hij is gebonden om een aanslag forensenbelasting op te leggen als het belastbaar feit zich voordoet.
Van 31 januari 2023 tot 14 juli 2023 stond belanghebbende niet ingeschreven in de gemeente Vlissingen. Niet in geschil is dat gedurende die periode het hoofdverblijf van belanghebbende in de gemeente [plaats] was. Zij was in die periode wel eigenaar van een gemeubileerde woning in de gemeente Vlissingen die haar meer dan negentig dagen ter beschikking stond. Dat belanghebbende feitelijk vanwege haar werkzaamheden in [plaats] en haar vakantie in Spanje geen negentig dagen gebruik heeft gemaakt van de woning doet niet aan dit oordeel af. Het stond belanghebbende in die periode namelijk wel vrij om de woning te gebruiken. Ook doet aan dit oordeel niet af dat de woning geen vakantiewoning maar een tweede woning is. In de Verordening wordt het heffen van forensenbelasting namelijk niet beperkt tot vakantiewoningen. Het feit dat de woning in [plaats] is verkocht per 14 juli 2023 en belanghebbende vanaf die datum weer staat ingeschreven in [gemeente Vlissingen] , neemt niet weg dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan. Belanghebbende is dus belastingplichtig.
Ten aanzien van de hoogte
4.5.
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat het niet redelijk is dat de heffingsambtenaar een aanslag heeft opgelegd voor een volledig kalenderjaar, terwijl zij slechts een deel van het kalenderjaar niet als inwoner in de gemeente Vlissingen ingeschreven stond.
4.6.
Op basis van artikel 4 van de Verordening wordt per woning een bedrag van € 957,22 aan forensenbelasting geheven. De aanslag die aan belanghebbende is opgelegd is daarmee in overeenstemming. In zoverre is de aanslag niet tot een te hoog bedrag opgelegd.
4.7.
In artikel 223 Gemeentewet is geen heffingsmaatstaf of (maximale) tariefstelling bepaald. Voor de heffing van forensenbelasting mag een gemeente daarom zelf de heffingsmaatstaf bepalen. De gemeente Vlissingen heeft ervoor gekozen om een vast tarief van € 957,22 per woning te hanteren. Of een heffing als de onderhavige, zonder vermindering naar tijdsevenredigheid, wenselijk is en als rechtvaardig kan worden beschouwd, is een kwestie die niet ter beoordeling van de rechter staat.
Tussenconclusie
4.8.
De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is.
Ten aanzien van het griffierecht
4.9.
Het hof ziet geen aanleiding om het griffierecht te laten vergoeden.
Ten aanzien van de proceskosten
4.10.
Het hof oordeelt dat er geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht.
5Beslissing
Het hof:
verklaart het hoger beroep ongegrond;
bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak is gedaan door M.E. Smorenburg, voorzitter, B.J. Rubbens en J.K. Lanser, in tegenwoordigheid van E. Royakkers, als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026 en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.
De griffier, De voorzitter,
E. Royakkers M.E. Smorenburg
Het aanwenden van een rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
(Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
Het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
de naam en het adres van de indiener;
de dagtekening;
een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
e gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.
Artikel 223 Gemeentewet. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|