Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBMNE:2026:7033 
 
Datum uitspraak:21-10-2026
Datum gepubliceerd:02-11-2026
Instantie:Rechtbank Midden-Nederland
Zaaknummers:12410550 AC EXPL 26-2313
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Verstekzaak. Zorgverzekering onbetaald gelaten. De algemene voorwaarden zijn digitaal ingediend in het kader van een pilot digitale indiening algemene voorwaarden.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
wettelijke rente
zorgkosten
 
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 12410550 AC EXPL 26-2313 MdG/60607


Verstekvonnis van 21 oktober 2026


inzake

de onderlinge waarborgmaatschappij

Onderlinge Waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A.,
gevestigd te Schiedam,
eisende partij,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,

tegen:



[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.





1De procedure

1.1.
De eisende partij is een rechtszaak begonnen tegen de gedaagde partij. De gedaagde partij heeft niet (op tijd) gereageerd op de dagvaarding. Zij heeft ook geen uitstel gevraagd om daar op een later moment op te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij.



1.2.
De kantonrechter heeft bepaald dat vandaag het vonnis wordt uitgesproken.






2De kern van de zaak


2.1.
De gedaagde partij is verzekerd tegen ziektekosten bij de eisende partij. De gedaagde partij heeft niet alle premies en/of in rekening gebrachte zorgkosten betaald. De kantonrechter veroordeelt de gedaagde partij om die alsnog te betalen. De gedaagde partij moet ook rente en incassokosten vergoeden.






3De beoordeling


3.1.
De vordering is gebaseerd op een zorgverzekeringsovereenkomst. De gevorderde achterstallige premie is verschuldigd omdat de gedaagde partij is verzekerd bij de eisende partij. Die moet de gedaagde partij hoe dan ook betalen. Omdat dit deel van de vordering de kantonrechter ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, wijst de kantonrechter dit toe.



3.2.
Een zorgverzekeringsovereenkomst is een overeenkomst tussen een consument (de gedaagde partij) en een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf (de eisende partij). Bij zo’n overeenkomst moet de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf, ook zonder dat de gedaagde partij daar om vraagt) beoordelen of in de toepasselijke polisvoorwaarden bedingen zijn opgenomen die onredelijk bezwarend zijn voor de gedaagde partij, als bedoeld in artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW).



3.3.
In dit geval heeft de eisende partij in overeenstemming met het procesreglement de polisvoorwaarden digitaal ingediend. De kantonrechter kan zich bij de beoordeling daarvan beperken tot die bedingen die relevant zijn voor de toewijsbaarheid van de vordering. In deze procedure gaat het om de bedingen waarin iets is geregeld over rente en de vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.



3.4.
In de toepasselijke polisvoorwaarden is niets geregeld over de vergoeding van rente. De gevorderde wettelijke rente is daarom toewijsbaar als volgt onder de beslissing.



3.5.
In de toepasselijke polisvoorwaarden is ook niets geregeld over de vergoeding van incassokosten. Om de gevorderde vergoeding te kunnen toewijzen moet de kantonrechter niet alleen toetsen wat daarover in de algemene voorwaarden is geregeld, maar ook of de eisende partij een aanmaning heeft gestuurd aan de gedaagde partij, die voldoet aan de wettelijke eisen van artikel 6:96 lid 5 en 6 BW. Dat is in deze procedure het geval.



3.6.
De gedaagde partij is de partij die grotendeels ongelijk krijgt. Daarom moet de gedaagde partij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kosten aan de zijde van de eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 153,77
- griffierecht € 350,00
- salaris gemachtigde € 144,00 (1 punt x tarief € 144,00)
- nakosten € 72,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 719,77



3.7.
Dit vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, zoals door de eisende partij is gevorderd. Dat betekent dat dit vonnis moet worden gevolgd, ook als de gedaagde partij hiertegen in verzet komt. Dit vonnis geldt dan totdat de rechter in een eventuele verzetzaak een andere beslissing heeft genomen.






4De beslissing

De kantonrechter:


4.1.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen € 741,46, vermeerderd met de wettelijke rente over € 704,00 vanaf 28 september 2026 tot de voldoening;


4.2.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 719,77 te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;



4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;



4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026.









Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken handel en kanton, Bijlage IV: Indiening algemene voorwaarden.
Link naar deze uitspraak