|
|
|
| ECLI:NL:RBDHA:2026:32607 | | | | | Datum uitspraak | : | 05-11-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 05-11-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Den Haag | | Zaaknummers | : | 711860 | | Rechtsgebied | : | Intellectueel-eigendomsrecht | | Indicatie | : | Intellectuele eigendom. Kort geding. AASI-vordering. Internationale bevoegdheid. Chinese gedaagde: artikel 6 sub e Rv. Bevoegdheid voor het grondgebied van de EU vanwege eenheidskarakter van het Uniemerk. AASI toegewezen: ASI is naar voorlopig oordeel onrechtmatig nu geen sprake is van een wettelijke basis en een legitiem doel dat de inperking op artikel 6 EVRM rechtvaardigt. Spoedeisend belang ten aanzien van merkinbreuk ontbreekt. Reconventionele vordering tot een wapperverbod afgewezen omdat er geen reden is om aan te nemen dat de merkrechten van Nexperia NL ongeldig zijn. Reconventionele vordering tot inzage afgewezen vanwege onvoldoende belang. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/711860 / KG ZA 26-944
Herstelvonnis in kort geding van 5 november 2026
in de zaak van
NEXPERIA B.V. te Nijmegen,
eiseres,
hierna te noemen: ‘Nexperia NL’,
advocaat: mr. A.M.E. Verschuur,
tegen:
NEXPERIA (CHINA) LTD. te Dongguan City, Guangdong Province, Volksrepubliek China,
gedaagde,
hierna te noemen: ‘Nexperia China’,
advocaat: mr. R. van Dongen.
De zaak wordt voor Nexperia NL inhoudelijk behandeld door mr. Verschuur voornoemd en door [naam 1] en [naam 2] . Voor Nexperia China wordt de zaak inhoudelijk behandeld door mr. van Dongen voornoemd en door [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] .
1De procedure
1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 7 september 2026 met producties EP01 tot en met EP21D.1;
- de conclusie van antwoord tevens houdende exceptie van onbevoegdheid, eis in reconventie en verzoek tot inzage met producties GP01 tot en met GP54;
- het op 29 september 2026 door Nexperia NL ingediende bezwaar tegen de omvang van de conclusie van antwoord;
- het bericht van de rechtbank van 30 september 2026 waarin de voorzieningenrechter heeft bepaald dat de conclusie van antwoord wordt toegelaten;
- de op 2 oktober 2026 door Nexperia China ingediende akte overlegging aanvullende producties met producties GP55 tot en met GP57;
- de op 2 oktober 2026 door Nexperia NL ingediende conclusie van antwoord in reconventie met producties EP22 tot en met EP40.8B;
- de op 2 oktober 2026 door Nexperia NL ingediende akte overlegging nadere producties met producties EP41 tot en met EP46;
- de op 3 oktober 2026 door Nexperia China overgelegde akte overlegging reactieve producties met producties GP58 tot en met GP60;
- de op 4 oktober 2026 door Nexperia China overgelegde akte overlegging nadere reactieve producties met producties GP61 tot en met GP63;
- de op 5 oktober 2026 door Nexperia NL overgelegde akte nadere reactieve productie met productie EP47;
- de op 5 oktober 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.
Nexperia China heeft op 2 oktober 2026 verzocht de mondelinge behandeling van 5 oktober 2026 achter gesloten deuren te laten plaatsvinden, omdat openbaarheid volgens haar het belang van een goede rechtspleging ernstig zou schaden. Zij voert daartoe aan dat de vorderingen van Nexperia NL zijn gebaseerd op de uitspraak van het Hooggerechtshof van de Provincie Jiangsu (hierna: ’Jiangsu Hof’) van 31 maart 2026 (zoals opgenomen in 3.14), maar dat het Jiangsu Hof partijen in april 2026 vertrouwelijkheid heeft opgelegd ten aanzien van de inhoud van de bij dat Hof lopende procedure, onder verbeurte van een dwangsom. De voorzieningenrechter heeft het verzoek van Nexperia China bij bericht van 2 oktober 2026 voorlopig afgewezen. Ter zitting heeft Nexperia NL naar voren gebracht dat zij niet inziet waarom sprake zou zijn van vertrouwelijkheid, maar dat zij zich desondanks refereert aan het oordeel van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter ziet in onderhavige zaak geen reden om van het in artikel 121 Gw vastgelegde beginsel van openbare rechtspraak af te wijken en heeft daarom het verzoek van Nexperia China afgewezen. Desondanks is partijen de gelegenheid gegeven aan het eind van de mondelinge behandeling bepaalde punten achter gesloten deuren naar voren te brengen, maar van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
1.3.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2Het verzoek tot verbetering
2.1.
De rechtbank heeft op 2 november 2026 vonnis gewezen. Bij brieven van 2, 3 en 5 november 2026 is namens zowel Nexperia NL als Nexperia China aan de rechtbank verzocht om verbetering op grond van artikel 31 Rv van rechtsoverweging 2.14, 3.1 en 4.20 van het op 2 november 2026 in deze zaak gewezen vonnis, omdat daarin enkele evidente verschrijvingen voorkomen die zich lenen voor eenvoudig herstel. Daarnaast hebben beide partijen verzocht alle behandelend advocaten op te nemen in het te publiceren vonnis.
2.2.
Beide partijen hebben zich uitgelaten over de verzochte wijzigingen en hebben geen bezwaar gemaakt tegen de verzochte verbeteringen.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat in rechtsoverwegingen 2.14, 3.1 en 4.20 van het vonnis van 2 november 2026 sprake is van kennelijke fouten of verschrijvingen die zich voor eenvoudig herstel lenen. De rechtbank zal de verzoeken dan ook toewijzen zoals hierna is weergegeven.
2.4.
De rechtbank bepaalt dat in dit herstelvonnis alle behandelend advocaten van beide partijen worden opgenomen. Verder bepaalt de rechtbank dat de passage in rechtsoverweging 2.14 en 4.20 van het vonnis van 2 november 2026, dat als volgt luidt:
“Until a final, non-appealable judgment has been rendered in this matter, Nexperia B.V. shall not – whether in China, the Netherlands, or any other countries or regions – assert claims of infringement of intellectual property rights against Nexperia (China) Co., Ltd. and/or its affiliates or partners by means of issuing public statements, sending letters, or employing other similar means.”
in dit herstelvonnis wordt gewijzigd in:
“Totdat er in deze zaak een in kracht van gewijsde gegaan vonnis is gewezen, mag
Nexperia BV. in China, Nederland, noch in andere landen en regio’s inbreuk op intellectueel eigendomsrecht aanvoeren! tegenover Nexperia (China) Co., Ltd. en/of aan haar gelieerde partijen of partners door middel van het uitbrengen van openbare verklaringen, het verzenden van brieven of het aanwenden van andere soortgelijke middelen.”
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat rechtsoverweging 3.1 van het vonnis van 2 november 2026, waarin onder (II) en (III) een bedrag van “€ 75.000” stond genoteerd, in dit herstelvonnis wordt gewijzigd in “€ 75.000.000”. Tot slot bepaalt de rechtbank dat rechtsoverweging 4.20 van het vonnis van 2 november 2026, dat als volgt luidt:
“[…] Nexperia NL: “Voordat de einduitspraak in deze zaak wordt uitgesproken, mag Nexperia B.V. geen bewering van inbreuk op intellectuele eigendomsrechten te doen in China, Nederland en andere landen en regio's tegen Nexperia (China) Ltd. en/of zijn gelieerde partijen, partners in de vorm van het publiceren van openbare verklaringen, het sturen van brieven.” […]”
in dit herstelvonnis wordt gewijzigd in:
“[…] Nexperia NL: “III. Nexperia B.V. shall, pending a final-instance judgment in this case, refrain from asserting claims of intellectual property infringement against Nexperia Semiconductor (China) Co., Ltd. and/or its affiliate(s) and partner(s) in China, the Netherlands, or other countries or regions, by means of issuing public statements, sending correspondence, or other forms; […]”
3De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
3.1.
De Nexperia Groep houdt zich wereldwijd bezig met productie en verkoop van halfgeleiderproducten (chips).
3.2.
Het productieproces van halfgeleiderproducten bestaat uit twee fasen: de front-end fase, waarin wafers worden geproduceerd en de back-end fase, waarin wafers worden verwerkt tot het eindproduct.
3.3.
Nexperia China is een 100% dochtervennootschap van Nexperia NL. Tot oktober 2025 was Nexperia China verantwoordelijk voor een groot deel van de back-end productie(capaciteit), verkoop- en marketingdiensten en algemene ondersteunende diensten.
3.4.
Enig aandeelhouder van Nexperia NL is de Chinese vennootschap, Wingtech Technology Co. Ltd. (hierna “Wingtech”).
3.5.
Nexperia NL is binnen de Nexperia Groep houdster van (nagenoeg) alle geregistreerde intellectuele eigendomsrechten, waaronder de volgende merken met gelding in de Europese Unie en merken met gelding in de Benelux (hierna samen ‘de Merken’ en afzonderlijk ‘de Uniemerken’ en ‘de Benelux merken’):
het op 16 juli 1999 aangevraagde en ingeschreven Benelux woordmerk ‘NEXPERIA’ met nummer 942291 voor waren in klasse 9 (chips en halfgeleiders);
het op 10 juni 2016 aangevraagde en op 23 augustus 2016 ingeschreven Benelux woordmerk ‘NEXPERIA’ met nummer 1334045 voor waren in klasse 9 (semiconductors and integrated circuits);
het op 15 februari 2017 aangevraagde en op 16 februari 2017 ingeschreven Benelux beeldmerk met nummer 1334045 voor waren in klasse 9 (semiconductors and integrated circuits);
het op 10 juni 2016 aangevraagde en op 28 september 2016 ingeschreven Uniewoordmerk ‘NEXPERIA’ met nummer 015523509 voor waren in klasse 9 (semiconductors and integrated circuits);
het op 2 november 2016 aangevraagde en op 23 februari 2017 ingeschreven Uniebeeldmerk met nummer 015992589 voor waren in klasse 9 (semiconductors and integrated circuits);
het op 30 mei 2017 aangevraagde en ingeschreven Uniebeeldmerk met nummer 1360452 voor waren in klasse 9 (semiconductors and integrated circuits).
3.6.
Partijen hebben de tussen hen geldende afspraken vastgelegd in verschillende intercompany-overeenkomsten, waaronder de Contract Assembly Agreement van 7 februari 2017, welke is geactualiseerd middels de Assembly and Testing Services Agreement van 1 januari 2020 (hierna: ‘ATSA’), welke zien op de door Nexperia China aan Nexperia NL te leveren back-end productiediensten.
3.7.
In de ATSA zijn partijen onder meer het volgende overeengekomen (waarbij Nexperia NL wordt aangeduid als “PRINCIPAL” en Nexperia China als “Assembler”):
“5.1 Grant. In consideration of the mutual covenants contained herein and subject to Assembler’s compliance with its obligations under this Agreement, PRINCIPAL arranges for or makes available to Assembler a non-exclusive, non-transferable, and non-assignable royalty-free license to use Intellectual Property Rights of PRINCIPAL for the performance of its obligations hereunder for the term of this Agreement. Assembler shall use all Intellectual Property Rights made available by PRINCIPAL solely in accordance with the terms and conditions of this Agreement. Assembler may under no circumstance grant a sub-license in respect of such Intellectual Property Rights without written consent of PRINCIPAL.
[…]
6.1
General. Each Party shall at all times:
(a) Stictly comply with all applicable laws, rules, regulations, and governmental orders, now or hereafter in effect, relating to its performance of this Agreement;”
3.8.
In oktober 2025 zijn partijen, in het kader van een bredere corporate-governance crisis binnen de Nexperia Groep, met elkaar in conflict geraakt, waarna zij over en weer de uitvoering van hun verplichtingen jegens elkaar onder de tussen hen geldende overeenkomsten (grotendeels) hebben gestaakt.
3.9.
Op 17 oktober 2025 heeft Nexperia NL een brief aan meerdere klanten en partners gestuurd met kwaliteitswaarschuwingen ten aanzien van de producten die vanaf 13 oktober 2025 door Nexperia China zijn geleverd.
3.10.
Nexperia NL heeft vervolgens geconstateerd dat onder meer via de website www.nexperiastore.cn (hierna: ‘de Website’) verschillende halfgeleiderproducten werden aangeboden die zijn voorzien van de Merken, zoals hieronder ter illustratie is weergegeven (rode tekst aangebracht door advocaat Nexperia NL):
3.11.
Op de homepage van de Website staat een link naar de website www.nexperia-semi.com en een contact e-mailadres (sherry.she@nexperia-semi.com).
3.12.
In een e-mail van 4 februari 2026 is via het e-mailadres (pcn-officer@nexperia-semi.com) een Product Change Notification (hierna: ‘PCN’) gestuurd naar de Duitse onderneming Bosch en op 20 maart 2026 naar de Franse onderneming Valeo.
3.13.
Op 3 december 2025 hebben Nexperia China en Wingtech bij het Jiangsu Hof een civiele procedure aanhangig gemaakt tegen Nexperia NL, ASE New Semiconductor (Riyuexin) en Tongfu Microelectronics. Gelijktijdig diende Nexperia China een eerste versie van een ex parte verzoek tot gedragsbewaring in bij het Jiangsu Hof.
3.14.
Het Jiangsu Hof heeft op verzoek van Nexperia China op 31 maart 2026 een tijdelijke gedragsbewaringsmaatregel getroffen (hierna: ‘het ‘Jiangsu Bevel’) en daarmee onder meer de volgende verboden en verplichtingen opgelegd aan Nexperia NL:
Door Nexperia NL overgelegde vertaling
Door Nexperia China overgelegde vertaling
I. Nexperia B.V. shall, immediately on the day upon the service of this ruling, publish a public
statement on its official website to withdraw the announcements and similar expressions published on its official website regarding the existence of intellectual property infringement
risks by Nexperia China, its affiliates, and its partners, and statements such as "we cannot oversee if and when products from our facility in China will be delivered. Given the missing transparency and oversight over the manufacturing processes, we cannot guarantee the intellectual property, technology, authenticity and quality standards for products delivered from the Nexperia facility in
China as of Oct 13", and immediately delete them;
I. Nexperia B.V. publiceert onmiddellijk een openbare verklaring op zijn officiële
website op de datum van betekening van deze beschikking om in te trekken van de verklaringen en soortgelijke uitdrukkingen op zijn officiële website over het
risico bestaande op inbreuk op intellectuele eigendomsrechten van Nexperia
(China) Ltd. en zijn gelieerde partijen en partners, zoals "We kunnen niet
effectief toezien op de levertijd en de voortgang van producten in de Chinese
fabriek. Vanwege het gebrek aan transparantie en toezicht op het productieproces
kunnen we niet garanderen dat producten die vanaf 13 oktober worden geleverd uit de Chinese fabriek voldoen aan intellectuele eigendom, technologie,
authenticiteit en naleving van kwaliteitsnormen" en deze onmiddellijk
verwijderen;
II. Nexperia B.V. shall, effective immediately on the day upon the service of this ruling, send written correspondence to all entities it bas previously contacted on the grounds of intellectual property disputes, and withdraw any demands raised on such grounds;
II. Nexperia B.V. stuurt onmiddellijk op de datum van betekening van deze beschikking, een brief aan alle entiteiten die eerder zijn gecontacteerd met het oog op intellectuele eigendomsgeschillen", om in te trekken van alle daarop gebaseerde verzoeken;
III. Nexperia B.V. shall, pending a final-instance judgment in this case, refrain from asserting claims of intellectual property infringement against Nexperia Semiconductor (China) Co., Ltd.
and/or its affiliate(s) and partner(s) in China, the Netherlands, or other countries or regions, by means of issuing public statements, sending correspondence, or other forms;
III. Totdat er in deze zaak een in kracht van gewijsde gegaan vonnis is gewezen, mag
Nexperia BV. in China, Nederland, noch in andere landen en regio’s inbreuk op intellectueel eigendomsrecht aanvoeren! tegenover Nexperia (China) Co., Ltd. en/of aan haar gelieerde partijen of partners door middel van het uitbrengen van openbare verklaringen, het verzenden van brieven of het aanwenden van andere soortgelijke middelen.
IV. ATX Semiconductor (Suzhou) Co., Ltd. shall, pending a final-instance judgment in this case, not refuse to engage in normal commercial cooperation with Nexperia Semiconductor (China) Co., Ltd. relating to semiconductor products and services on the grounds of demands raised by Nexperia B.V. on the grounds of intellectual property disputes.
IV. Voordat de einduitspraak in deze zaak wordt uitgesproken, mag ATX Semiconductor (Suzhou) Co., Ltd. niet weigeren om normale commerciële samenwerking met Nexperia (China) Ltd. uit te voeren met betrekking tot het
leveren van producten en diensten voor halfgeleidersapparaten op grond van verzoeken van Nexperia B.V. met het oog op intellectuele eigendomsgeschillen.
In the event of non-compliance with this ruling, a daily fine of RMB 1,000,000 shall be imposed
from the date of the violation and shall accrue cumulatively on a daily basis.
In geval van overtreding van deze beschikking, vanaf de datum van overtreding, zal
een dagelijkse boete van 1.000.000 yuan hebben, gecumuleerd per dag.
3.15.
Bij brief van 4 augustus 2026 heeft Nexperia China meerdere werknemers binnen de Nexperia Groep geïnformeerd over het Jiangsu Bevel en de mogelijke civielrechtelijke en strafrechtelijke gevolgen daarvan.
3.16.
Nexperia NL heeft de Jiangsu Court verzocht om het Jiangsu Bevel te herzien. Op 29 september 2026 heeft het Jiangsu Hof het herzieningsverzoek van Nexperia NL afgewezen.
4Het geschil
in conventie
4.1.
Nexperia NL vordert – zakelijk weergegeven en na eisvermeerdering – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. Nexperia China veroordeelt zich met onmiddellijke ingang wereldwijd te onthouden zich te beroepen op, de tenuitvoerlegging te vorderen, te bewerkstelligen of na te streven van, of anderszins gebruik te maken van het Jiangsu Bevel, zulks op verbeurte van een onmiddellijk opeisbare en niet voor verrekening vatbare dwangsom van € 1.000.000 voor iedere dag waarop Nexperia China (gedeeltelijk) in strijd handelt met deze veroordeling, met een maximum van € 100.000.000;
II. Nexperia China veroordeelt zich met onmiddellijke ingang te onthouden van iedere inbreuk op de Uniemerken in de Europese Unie, zulks op verbeurte van een onmiddellijk opeisbare en niet voor verrekening vatbare dwangsom van € 50.000 voor ieder afzonderlijk product waarmee deze veroordeling wordt overtreden, of naar keuze van Nexperia NL, voor iedere dag waarop Nexperia China in strijd handelt met deze veroordeling, met een maximum van € 75.000.000;
III. Nexperia China veroordeelt zich met onmiddellijke ingang te onthouden van iedere inbreuk op de Beneluxmerken, in de Benelux, zulks op verbeurte van een onmiddellijk opeisbare en niet voor verrekening vatbare dwangsom van € 50.000 voor ieder afzonderlijk product waarmee deze veroordeling wordt overtreden, of naar keuze van Nexperia NL, voor iedere dag waarop Nexperia China in strijd handelt met deze veroordeling, met een maximum van € 75.000.000;
IV. de redelijke termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv stelt op zes manden na betekening van dit vonnis;
V. Nexperia China primair veroordeelt in de werkelijke proceskosten op grond van artikel 1019h en subsidiair in de kosten ter hoogte van € 18.000, in beide gevallen te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis.
4.2.
Daartoe voert Nexperia NL – samengevat – het volgende aan. De door Nexperia China gevorderde anti-suit injunction (hierna: ‘ASI’) is onrechtmatig. In de eerste plaats omdat daarmee het recht op eigendom en het in artikel 6 EVRM vastgelegde recht op toegang tot de rechter van Nexperia NL wordt beperkt. Ten tweede heeft Nexperia China onrechtmatig gehandeld doordat zij aan het Jiangsu Hof onjuiste informatie heeft verstrekt, onder meer door het weglaten van kernbepalingen uit de ATSA en het achterwege laten van de veranderde situatie vanaf oktober 2025. Dit rechtvaardigt de toewijzing van de onder I gevorderde anti-anti-suit injunction (hierna: ’AASI’).
4.3.
Daarnaast stelt Nexperia NL zich op het standpunt dat Nexperia China inbreuk maakt op de Merken in de zin van artikel 9 lid 2 en 3 UMVo en/of artikel 2.20 lid 2 en 3 BVIE. Ten eerste omdat Nexperia NL als gevolg van de door Nexperia China gevorderde ASI wordt verhinderd haar intellectuele eigendomsrechten geldend te maken. Ten tweede maakt Nexperia China merkinbreuk door het zonder toestemming van Nexperia NL aanbieden van producten onder tekens die gelijk zijn aan de Merken.
4.4.
Nexperia China voert verweer en concludeert dat de voorzieningenrechter – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de vordering onder 4.1, I, dan wel Nexperia NL niet-ontvankelijk verklaart in haar vorderingen, dan wel de vorderingen afwijst. Meer subsidiair, bij enige toewijzing, verzoekt Nexperia China de reikwijdte van de voorziening te beperken tot het grondgebied van Nederland dan wel de Europese Unie, de dwangsommen te matigen, de nalevingstermijn te verlengen en Nexperia NL te veroordelen tot het stellen van zekerheid en het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Al het voorgaande met veroordeling van Nexperia NL in de volledige proceskosten, dan wel de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.5.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
4.6.
Nexperia China vordert – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. Nexperia NL veroordeelt zich te onthouden van het doen van ongerechtvaardigde mededelingen aan derden, waaronder leveranciers en klanten van Nexperia China, waarin wordt gesteld of gesuggereerd dat producten van Nexperia China inbreuk maken op de intellectuele eigendomsrechten van Nexperia NL, op verbeurte van een dwangsom van € 100.000 per overtreding, met een maximum van € 10.000.000;
II. Nexperia NL beveelt binnen veertien dagen na het vonnis aan Nexperia China inzage in en afschriften te verschaffen van de in hoofdstuk 14B van de conclusie van antwoord genoemde gegevens, op verbeurte van een dwangsom van € 250.000 per dag dat Nexperia NL in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000.000;
III. Nexperia NL veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf acht dagen na datum van het vonnis.
4.7.
Daartoe voert Nexperia China – samengevat – het volgende aan. Nexperia China vordert een wapperverbod, omdat de door Nexperia NL gemaakte beschuldigingen van merkinbreuk het karakter hebben van een drukmiddel in een breder concernconflict. Nexperia NL heeft tegenover derden de merkinbreuk als vaststaand gepresenteerd, terwijl op dat moment geen procedure over de gestelde merkinbreuk aanhangig was. Die waarschuwingen hebben geleid tot staking of beperking van samenwerking met leveranciers, onzekerheid bij klanten en tot verstoring van de bedrijfsvoering van Nexperia China.
4.8.
Voor wat betreft het inzageverzoek stelt Nexperia China zich op het standpunt dat zij op grond van artikel 194 en 195 Rv recht heeft op en belang heeft bij de gevorderde (voldoende bepaalde) gegevens waarover Nexperia NL beschikt, omdat zij deze onder meer nodig heeft om het onrechtmatig handelen van Nexperia NL in kaart te brengen. Bovendien is sprake van een rechtsbetrekking tussen partijen en kan Nexperia China de gegevens niet op een andere manier verkrijgen.
4.9.
Nexperia NL voert verweer dat strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van Nexperia China in haar vorderingen, dan wel afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Nexperia China in (primair) de werkelijke proceskosten op grond van artikel 1019h Rv dan wel (subsidiair) de kosten ter hoogte van € 18.000, in beide gevallen te vermeerderen de wettelijke rente.
4.10.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5De beoordeling van het geschil
Bevoegdheid
5.1.
Voor zover de vorderingen van Nexperia NL zijn gebaseerd op merkinbreuk – met uitzondering van de gevorderde AASI – is de voorzieningenrechter internationaal en relatief bevoegd om van de vorderingen jegens Nexperia China kennis te nemen op basis van de volgende gronden. Voor wat betreft (inbreuk op) de Uniemerken volgt de bevoegdheid uit artikel 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 2 UMVo in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-Verordening inzake het Gemeenschapsmerk, aangezien Nexperia China niet in de Europese Unie is gevestigd en Nexperia NL in Nederland is gevestigd. Op grond van artikel 126 lid 1 UMVo strekt de bevoegdheid van de voorzieningenrechter zich uit tot de gehele Europese Unie.
5.2.
Voor wat betreft (inbreuk op) de Benelux-merken volgt de bevoegdheid uit artikel 4.6 lid 2 BVIE, aangezien Nexperia China niet in de Benelux is gevestigd en Nexperia NL in Nederland is gevestigd. De bevoegdheid strekt zich uit tot de Benelux. Deze bevoegdheidsgrondslag is door Nexperia China (voor zover het niet de gevorderde AASI betreft) overigens ook niet betwist.
5.3.
Nexperia China betwist de bevoegdheid van de voorzieningenrechter ten aanzien van de gevorderde AASI. Nexperia NL grondt de bevoegdheid van de voorzieningenrechter ten aanzien van die vordering (met de grondslag onrechtmatige daad) primair op artikel 6 sub e Rv (jo. artikel 102 Rv) en subsidiair op artikel 35 Brussel I bis-Vo.
5.4.
Zoals Nexperia China terecht heeft aangevoerd, volgt uit artikel 6 Brussel I bis-Vo dat de bevoegdheid in deze procedure wordt geregeld door de Nederlandse commune regels voor internationale rechtsmacht.
5.5.
Volgens artikel 6 sub e Rv heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht in zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad, indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich kan voordoen.
5.6.
Nexperia China betwist dat sprake is van een onrechtmatige daad aan haar zijde en stelt zich op het standpunt dat in plaats daarvan sprake is van een contractueel geschil over nakoming van de ATSA, zodat voor het bepalen van de bevoegdheid aansluiting moet worden gezocht bij artikel 6 sub a Rv jo. artikel 6a Rv. Dat betoog faalt. Weliswaar zullen bij de beoordeling van de gevorderde AASI alle omstandigheden van het geval worden meegewogen, waaronder de contractuele afspraken tussen partijen. Echter, de vraag die in deze procedure centraal staat is de vraag of de door Nexperia China gevorderde ASI onrechtmatig is.
5.7.
Nexperia China heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat de voorzieningenrechter in het geval van een onrechtmatige daad evenmin bevoegd is van de gevorderde AASI kennis te nemen, nu (zowel het Handlungsort als) het Erfolgsort van de gestelde onrechtmatige daad in China ligt. Zij voert daartoe aan dat de ASI uiteindelijk effect heeft in China nu deze erop ziet dat Nexperia NL geen schadelijke uitlatingen doet, zodat Nexperia China niet wordt geschaad in haar Chinese bedrijfsvoering. Bovendien, zo stelt Nexperia China, kan het Erfolgsort niet in Nederland liggen nu Nexperia NL onderhavige procedure is gestart wat erop wijst dat haar toegang tot de rechter niet is geschonden.
5.8.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat artikel 6 sub e Rv bepaalt dat bij zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad mede bevoegd is de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. Artikel 6 sub e Rv is ontleend aan het bepaalde in artikel 5 sub 3 EEX-Verdrag (inmiddels artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo). Voor de uitleg van het begrip “onrechtmatige daad” en “de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” sluit de voorzieningenrechter dan ook aan bij laatstgenoemd artikel en bij de jurisprudentie van het HvJ daarover. Volgens vaste uitleg door het HvJ kan onder de plaats van het schadebrengende feit worden verstaan zowel de plaats waar de veroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan (het Handlungsort of locus delicti/actus) als de plaats waar de schade is ingetreden (het Erfolgsort of locus damni).
5.9.
De voorzieningenrechter is – met Nexperia NL – voorshands van oordeel dat de initiële (directe) schade die Nexperia NL lijdt als gevolg van de ASI bestaat uit het feit dat daarmee voor Nexperia NL de weg wordt afgesneden om in onder meer Nederland procedures tegen Nexperia China aanhangig te maken op grond van inbreuk op haar Merken. Het gaat hierbij om immateriële schade die het directe gevolg is van het instellen door Nexperia China van een ASI. Het betreft weliswaar geen zuivere vermogensschade zoals door het HvJ wordt bedoeld en het Handlungsort van deze schade ligt in het onderhavige geval in China.
5.10.
Echter, het Erfolgsort voor wat betreft procedures ten aanzien van merkinbreuk in Nederland ligt – anders dan Nexperia China betoogt – in Nederland. De ASI strekt zich immers uit tot de hele wereld, waarbij Nederland naast China als enige land expliciet is vermeld. Dat betekent dat Nexperia NL (een Nederlandse onderneming) in Nederland – en mede in Den Haag – schade lijdt of dreigt te lijden doordat haar toegang tot de (Nederlandse/Haagse) rechter mogelijk wordt ontnomen en/of doordat zij haar intellectuele eigendomsrechten in Nederland niet (volledig) kan uitoefenen.
5.11.
Het voorgaande betekent dat de voorzieningenrechter op grond van artikel 6 sub e Rv internationaal en op grond van artikel 102 Rv relatief bevoegd is van de gevorderde AASI van Nexperia NL kennis te nemen voor zover de vordering gegrond is op de onrechtmatigheid van de ASI.
5.12.
Hoewel die bevoegdheid in beginsel is beperkt tot Nederland, zoals ook Nexperia China heeft betoogd, acht de voorzieningenrechter zich in dit geval ten aanzien van de gevorderde AASI bevoegd voor het grondgebied van de gehele Europese Unie. Vooropgesteld is de rechtbank voor het Uniemerk op grond van artikel 124 sub a UMVo bevoegd ter zake van “alle rechtsvorderingen betreffende inbreuk en – indien naar nationaal recht toegestaan – dreigende inbreuk op Uniemerken”. De voorzieningenrechter merkt op dat de Uniewetgever in de considerans van de UMVo onder meer het volgende heeft overwogen:
“(32) Het is van wezenlijk belang dat de beslissingen ten aanzien van de geldigheid van en inbreuk op Uniemerken rechtsgevolgen voor de gehele Unie hebben, zijnde het enige middel om tegenstrijdige beslissingen van rechterlijke instanties en het Bureau en aantastingen van het eenheidskarakter van het Uniemerk te voorkomen. Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad moet van toepassing zijn op alle rechtsvorderingen betreffende Uniemerken, behalve indien in de onderhavige verordening anders wordt bepaald.
(33) Voorkomen moet worden dat tegenstrijdige uitspraken worden gedaan op vorderingen waarbij dezelfde partijen betrokken zijn en die wegens dezelfde handelingen zijn ingesteld op grond van een Uniemerk en parallelle nationale merken. Wanneer de vorderingen in dezelfde lidstaat worden ingesteld, moeten de middelen daartoe worden gezocht in de nationale procedurevoorschriften, die door de onderhavige verordening onverlet worden gelaten, terwijl het, wanneer de vorderingen in verschillende lidstaten worden ingesteld, nuttig lijkt zich te laten leiden door de bepalingen over aanhangigheid en samenhang in Verordening (EU) nr. 1215/2012.”
5.13.
In het licht van die overwegingen kan van Nexperia NL niet worden gevergd dat zij voor elk land in de Europese Unie afzonderlijk een vordering instelt die strekt tot een AASIDat verhoudt zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet met het eenheidskarakter van het Uniemerk.
Verder in conventie – de gevorderde AASI
Geen litispendentie
5.14.
Voor zover Nexperia China zich op het standpunt stelt dat de vordering moet worden aangehouden op grond van artikel 12 Rv, omdat sprake is van een risico op tegenstrijdige uitspraken en executieproblematiek, moet dat betoog falen. De rechter kan (en moet niet) de zaak aanhouden indien sprake is van een in het buitenland aanhangig geschil over hetzelfde onderwerp. Los van de vraag of een AASI moet worden beschouwd als “hetzelfde onderwerp” als een ASI, verzet de aard van de AASI vordering zich ertegen dat de rechter aan wie de AASI wordt gevraagd, wacht op het oordeel van de rechter die de gewraakte ASI heeft afgegeven.
Spoedeisend belang
5.15.
De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen dient beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat het spoedeisend belang in beginsel is gegeven zolang de gestelde inbreuk of het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt. Indien daartegen echter onvoldoende voortvarend is opgetreden, kan dit een aanwijzing zijn dat het belang van de eisende partij kennelijk geen voorlopige maatregel vergt. Dit hangt af van de omstandigheden van het geval.
5.16.
Naar voorlopig oordeel heeft Nexperia NL voldoende spoedeisend belang bij de gevorderde AASI. Het spoedeisend belang bij de gevorderde AASI is gegeven nu het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt, aangezien de ASI middels het Jiangsu Bevel reeds aan Nexperia NL is opgelegd en zij mogelijk (onterecht) dwangsommen verbeurt. Anders dan Nexperia China heeft aangevoerd en los van de vraag of Nexperia NL het Jiangsu Bevel in april of in mei 2026 heeft ontvangen, heeft Nexperia NL naar voorlopig oordeel voldoende voortvarend opgetreden. Hoewel Nexperia NL tot 31 augustus 2026 heeft gewacht met het aanvragen van onderhavig kort geding, is die termijn te rechtvaardigen door de complexe achtergrond van het bredere conflict tussen partijen. Daarbij komt dat Nexperia NL in de tussenliggende periode niet heeft stilgezeten, maar onder meer het Jiangsu Hof heeft gevraagd om herziening van het Jiangsu Bevel.
Schending waarheidsplicht
5.17.
Nexperia China stelt zich op het standpunt dat Nexperia NL niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vorderingen, omdat zij de in artikel 21 Rv opgenomen waarheidsplicht heeft geschonden.
5.18.
Bij schending van artikel 21 Rv kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Nexperia NL de waarheidsplicht niet heeft geschonden. Dat heeft de volgende redenen. De punten waarvan Nexperia China stelt dat Nexperia NL in de dagvaarding geen volledig en betrouwbaar beeld heeft gegeven betreffen voornamelijk punten waarover partijen een andere stelling innemen, zoals het al dan niet volledig en juist informeren van het Jiangsu Hof over de ATSA, de ter discussie staande toezegging van Nexperia NL dat zij het Jiangsu Bevel zou naleven en de weergave van het Jiangsu Bevel. Het staat Nexperia NL vrij om over die punten een eigen stelling in te nemen. Dat is niet in strijd met de waarheidsplicht. Voor andere punten, zoals de omvang van de herzieningsprocedure en de context van het bredere geschil tussen partijen geldt het volgende. Nexperia NL heeft in paragraaf 4 van de dagvaarding benoemd dat sprake is van een breder conflict tussen partijen. Zij heeft dat conflict dus niet verzwegen. De omstandigheid dat Nexperia NL die achtergrond aanvankelijk niet uitgebreid heeft weergegeven is op zichzelf niet in strijd met artikel 21 Rv. Bovendien doet uitvoerige achtergrondinformatie ten aanzien van die punten in het bestek van deze kortgedingprocedure niet ter zake.
Toepasselijk recht
5.19.
Nexperia China heeft zich op het standpunt gesteld dat op de gevorderde AASI Chinees recht van toepassing is. Dat betoog faalt naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter. Op grond van artikel 4 lid 1 Rome II is het toepasselijke recht het recht van het land waar de directe schade zich voordoet. Met verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 3 juni 2016, neemt de voorzieningenrechter tot uitgangspunt dat het begrip “het land waar de schade zich voordoet” op vergelijkbare wijze moet worden uitgelegd als het begrip “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen” van artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo. Nu reeds in r.o. 5.10is overwogen dat de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of kan voordoen Nederland (mede) omvat, overweegt de voorzieningenrechter dat de vraag of sprake is van onrechtmatig handelen in onderhavige zaak naar Nederlands recht moet worden beantwoord.
Uitleg van het Jiangsu Bevel
5.20.
Partijen twisten over de vraag of het Jiangsu Bevel kan worden aangemerkt als een ASI. Beide partijen hebben in dat verband een vertaling van het Jiangsu Bevel overgelegd en vertalen dictumonderdeel III daarvan als volgt:
Nexperia NL:
“III. Nexperia B.V. shall, pending a final-instance judgment in this case, refrain from asserting claims of intellectual property infringement against Nexperia Semiconductor (China) Co., Ltd. and/or its affiliate(s) and partner(s) in China, the Netherlands, or other countries or regions, by means of issuing public statements, sending correspondence, or other forms;”
Nexperia China:
“Totdat er in deze zaak een in kracht van gewijsde gegaan vonnis is gewezen, mag
Nexperia BV. in China, Nederland, noch in andere landen en regio’s inbreuk op intellectueel eigendomsrecht aanvoeren! tegenover Nexperia (China) Co., Ltd. en/of aan haar gelieerde partijen of partners door middel van het uitbrengen van openbare verklaringen, het verzenden van brieven of het aanwenden van andere soortgelijke middelen.”
5.21.
Volgens Nexperia China volgt uit het gebruik van de zinsnede “by means of issuing public statements, sending letters, or employing other similar means” dat het bevel alleen ziet op publieke uitlatingen en het verzenden van brieven en soortgelijke handelingen en niet op het initiëren van gerechtelijke procedures.
5.22.
Nexperia NL meent dat het bevel (in de originele Chinese versie) wel degelijk ziet op handhavingsprocedures en wijst in dit verband op een bericht van de Chinese advocaat van Nexperia China die naar aanleiding van het aanhangig maken van dit kort geding het volgende bericht stuurde aan het Jiangsu Hof:
Vertaling van bericht van advocaat van Nexperia China aan Jiangsu Hof
5.23.
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter moet het Jiangsu Bevel worden gekwalificeerd als ASI. Hoewel Nexperia China zich op het standpunt heeft gesteld dat het Jiangsu Bevel beperkt moet worden uitgelegd en dat dit Bevelgeen legitieme handhaving van intellectuele eigendomsrechten blokkeert, heeft Nexperia China de Chinese rechter op 7 september 2026 zelf verzocht de onderhavige procedure te blokkeren op grond van het Jiangsu Bevel. Hieruit volgt dat Nexperia China er zelf (ook) van uitgaat dat het Jiangsu Bevel Nexperia NL belet in Nederland een procedure tegen haar aanhangig te maken over inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten.
De ASI is onrechtmatig
5.24.
Nexperia NL vordert een aan Nexperia China op te leggen verbod om zich jegens haar te beroepen op de ASI. Volgens haar is de ASI naar Nederlands recht onrechtmatig vanwege directe inbreuk op haar fundamentele recht op toegang tot de rechter, nu het een preventieve ASI betreft waaraan zij zich niet vrijwillig heeft verbonden.
5.25.
Nexperia China stelt zich op het standpunt dat de AASI moet worden afgewezen, gelet op artikel 6.1 ATSA, waarin partijen zijn overeengekomen dat zij zich aan wet- en regelgeving – waaronder “orders” – dienen te houden. Bovendien, zo stelt Nexperia China, heeft Nexperia NL tijdens de zitting van 17 juni 2026 bij het Jiangsu Hof uitdrukkelijk bevestigd dat zij het Jiangsu Bevel zou naleven..
5.26.
Dat verweer slaagt niet. Hoewel partijen in artikel 6.1 ATSA hebben afgesproken dat zij zullen voldoen aan “governmental orders”, heeft Nexperia China in het bestek van dit kort geding onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de reikwijdte daarvan zodanig is dat Nexperia NL daarmee haar toegang tot de rechter heeft weg gecontracteerd.
5.27.
Evenmin kan worden vastgesteld dat Nexperia NL heeft toegezegd dat zij het Jiangsu Bevel zou naleven. In de eerste plaats betwist Nexperia NL dat deze toezegging is gedaan en dit kort geding leent zich niet voor nadere bewijslevering daaromtrent. Daarnaast kan een toezegging van een advocaat om een rechterlijk bevel na te leven, niet zonder meer gelijk worden gesteld met het doen van afstand van het recht om legitieme middelen in te zetten, zoals deze procedure, om het effect van het Jiangsu Bevel te beperken, evenmin als een toezegging om aan een in eerste instantie gegeven vonnis kan worden opgevat als afstand doen van het recht om tegen dat vonnis in hoger beroep te gaan.
5.28.
Nu er op Nexperia NL geen contractuele beperking rust om zich in rechte jegens Nexperia China te beroepen op haar rechten van intellectueel eigendom, komt de voorzieningenrechter toe aan de vraag of het handhaven van de door het Jiangsu Hof afgegeven ASI onrechtmatig is jegens Nexperia NL. Dit is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter het geval. Toegang tot de rechter is een fundamenteel recht dat wordt gewaarborgd door (onder meer) artikel 6 EVRM. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan dat recht worden ingeperkt. Een dergelijke inperking moet een wettelijke basis en een legitiem doel hebben, alsmede voldoen aan de eisen van voorzienbaarheid en de proportionaliteit. Het Jiangsu Bevel voldoet, naar het toepasselijke recht, niet aan deze vereisten.
5.29.
Het voorgaande leidt ertoe dat de gevorderde AASI van Nexperia NL wordt toegewezen voor het grondgebied van de Europese Unie.
Verder in conventie - merkinbreuk
Spoedeisend belang
5.30.
Ten aanzien van de vorderingen met betrekking tot merkinbreuk is de voorzieningenrechter– met Nexperia China – van oordeel dat het spoedeisend belang van Nexperia NL bij die vorderingen ontbreekt.
5.31.
Zoals Nexperia China terecht heeft aangevoerd heeft Nexperia NL reeds op 17 oktober 2025 een brief aan haar klanten gestuurd met een waarschuwing dat de producten die door de Chinese Nexperia entiteiten worden geleverd mogelijk inbreuk maken op haar intellectuele eigendomsrechten. Nexperia NL heeft weliswaar aangevoerd dat die brief (net zoals de latere ‘trademark letters’ van februari 2026) een rechtenvoorbehoud betreft in plaats van een sommatiebrief naar aanleiding van een concrete (merk)inbreuk, maar ook overige omstandigheden wijzen erop dat Nexperia NL al langere tijd op de hoogte was van een dreiging van merkinbreuk in de Europese Unie. Zo heeft Nexperia NL zelf een publicatie van Nexperia China van 28 november 2025 overgelegd waarin staat dat Nexperia China sinds half oktober 2025 7,4 miljard chips naar klanten ‘wereldwijd’ heeft verzonden.
5.32.
Daarbij komt dat Nexperia NL e-mails van 4 februari en 20 maart 2026 heeft overgelegd met PCN’s, die volgens Nexperia NL een aanbod in de Europese Unie betreffen. Hoewel Nexperia NL aanvoert dat die e-mails pas later tot haar zijn gekomen en dat concreet bewijs van inbreuk in de Benelux en de Europese Unie pas recent beschikbaar is geworden, volgt uit het voorgaande dat Nexperia NL al ruime tijd op de hoogte was van een dreiging van merkinbreuk. Indien Nexperia NL belang had bij een voorlopige voorziening, had het op haar weg gelegen daar eerder tegen op te treden.
5.33.
Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat deze vorderingen zich – gelet op het brede achterliggende conflict tussen partijen – niet lenen voor behandeling in kort geding. Belangrijk gegeven daarbij is dat hier sprake is van de bijzonder omstandigheid dat een moedervennootschap in een conflict is geraakt met haar dochtervennootschap. Over de controle over beide vennootschappen lopen nog procedures. De voorzieningenrechter kan in het bestek van dit kort geding op de uitkomst daarvan niet vooruitlopen, terwijl de gevolgen van een verbod voor zowel de dochtervennootschap als de aandeelhouder van de moedervennootschap verstrekkend kunnen zijn. Deze omstandigheden verzetten zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter tegen het toewijzen van een verbod in kort geding.
5.34.
Het voorgaande brengt mee dat de vorderingen met betrekking tot merkinbreuk zullen worden afgewezen.
Tot slot in conventie - zekerheidstelling
5.35.
Onder de voorwaarde dat één van de vorderingen in conventie wordt toegewezen, waaraan in dit geval is voldaan, vordert Nexperia China op grond van artikel 233 lid 3 Rv dat Nexperia NL zekerheid stelt voor de volledige potentiële schade die Nexperia China daardoor kan lijden. Deze vordering wordt afgewezen nu dat een ongeoorloofde beperking van het recht van Nexperia NL tot toegang tot de rechter meebrengen.
in reconventie
Bevoegdheid
5.36.
De voorzieningenrechter overweegt dat ingevolge artikel 97 Rv een vordering in reconventie ook wordt behandeld en beslist door de rechter die de zaak in conventie behandelt en daarop beslist, voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat het geval, omdat aan de vordering in conventie en de vordering in reconventie dezelfde rechtsverhouding en hetzelfde feitencomplex ten grondslag liggen. De voorzieningenrechter is dan ook op grond van artikel 97 Rv bevoegd om op de vordering in reconventie te beslissen. De bevoegdheid is overigens door Nexperia NL ook niet betwist.
Spoedeisend belang
5.37.
Spoedeisend belang bij het door Nexperia China gevorderde wapperverbod is gegeven, nu Nexperia NL de door haar verstuurde waarschuwingen niet heeft ingetrokken, zodat het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt. Daarnaast faalt het verweer van Nexperia NL dat Nexperia China geen spoedeisend belang heeft bij haar inzagevordering. Nexperia China heeft in beginsel een spoedeisend belang bij de inzagevordering, zodat zij tijdig over gevraagde stukken kan beschikken om haar (wanprestatie) vordering te kunnen onderbouwen.
Wapperverbod wordt afgewezen
5.38.
Nexperia China stelt dat Nexperia NL onrechtmatig jegens haar handelt door te “wapperen” met haar merkrechten. Het doen van kwaliteitswaarschuwingen en het waarschuwen van derden over dreigende merkinbreuk door Nexperia China is volgens Nexperia China onrechtmatig, nu Nexperia NL de inbreuk als vaststaand heeft gepresenteerd terwijl op dat moment geen procedure over de gestelde merkinbreuk aanhangig was en in die waarschuwingen de inbreuk niet is gespecificeerd (bijvoorbeeld op welke merken, producten en gebruikshandelingen het betrekking heeft). De waarschuwingen hebben de bedrijfsvoering van Nexperia China verstoord, onder meer doordat leveranciers van Nexperia China hun samenwerking als gevolg van de waarschuwingen hebben gestaakt of beperkt, aldus Nexperia China.
5.39.
De voorzieningenrechter stelt het volgende voorop. Het opleggen van een wapperverbod kan aangewezen zijn als de houder van een intellectueel eigendomsrecht tegenover derden uitlatingen doet over inbreukmakende handelingen van de vermeend inbreukmaker, terwijl hij weet, dan wel dient te beseffen, dat een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat zijn intellectueel eigendomsrecht, in dit geval (een) merkregistratie(s), geen stand zal houden in een nietigheidsprocedure. Een dergelijke situatie doet zich in dit geval naar voorlopig oordeel niet voor. Het uitgangspunt is dat Nexperia NL zich als merkhouder tegenover derden mag beroepen op haar merkrechten en dus gerechtigd is waarschuwingen te versturen. Er is geen aanleiding om daarvan af te wijken, nu er geen reden is om aan te nemen dat haar merkrechten ongeldig zijn. Evenmin is het evident dat Nexperia China géén inbreuk maakt op de merkrechten van Nexperia NL.
5.40.
Uit het voorgaande volgt dat de vordering in reconventie onder I zal worden afgewezen.
Nexperia China heeft onvoldoende belang bij inzage
5.41.
Voor een recht op afschrift moet op grond van artikel 194 Rv aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Degene die informatie van een ander verlangt moet (1) partij zijn bij een rechtsbetrekking en (2) de verlangde informatie moet voldoende bepaald zijn. Verder moet (3) een partij een voldoende belang hebben bij haar informatieverzoek en moet (4) degene van wie inzage wordt verlangd over de gevraagde informatie beschikken. Als degene die informatie van een ander verlangt aan deze voorwaarden voldoet, kan de rechter een daartoe strekkende vordering alleen afwijzen als (a) degene die over de gegevens beschikt een verschoningsrecht als bedoeld in artikel 165 lid 2 Rv toekomt of (b) gewichtige redenen zich tegen het geven van een afschrift verzetten (artikel 195 lid 1 Rv in samenhang met artikel 194 lid 2 Rv).
5.42.
De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat Nexperia China onvoldoende duidelijk heeft gemaakt dat en waarom zij belang heeft bij inzage in de door haar in randnummer 14.19 van de conclusie van antwoord opgenomen (deels vertrouwelijke) stukken. Het is aan Nexperia China om gemotiveerd zodanige feiten en omstandigheden te stellen en die met eventueel reeds voorhanden bewijsmateriaal te onderbouwen, dat voldoende aannemelijk is dat de door haar gestelde tekortkoming zich heeft voorgedaan of dreigt voor te doen. In plaats daarvan heeft Nexperia China aangevoerd dat zij het sterke vermoeden heeft dat Nexperia NL er bewust voor heeft gekozen haar verplichtingen jegens Nexperia China onder de ATSA niet na te komen, hetgeen een tekortkoming oplevert. De voorzieningenrechter is het met Nexperia NL eens dat dit enkele vermoeden onvoldoende grondslag vormt om een inzage te rechtvaardigen. Bovendien leent deze kortgedingprocedure zich niet goed voor de beoordeling van de vraag welke informatie partijen in het kader van het achterliggende conflict met elkaar moeten delen. Gelet op het voorgaande zal de vordering worden afgewezen.
in conventie en in reconventie
Proceskosten
5.43.
Nexperia China zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van Nexperia NL in conventie. De onderhavige zaak in conventie is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Partijen hebben een proceskostenafspraak gemaakt die inhoudt dat aan de in het gelijk gestelde partij een bedrag van € 18.000 toekomt. Nexperia NL geldt als de in het gelijk gestelde partij. Nexperia China zal daarom worden veroordeeld tot betaling van € 18.000 aan Nexperia NL.
5.44.
Nexperia China zal als de in het ongelijk gestelde partij eveneens worden veroordeeld in de kosten van Nexperia NL in reconventie. Gezien de grondslagen van de vorderingen in reconventie en nu Nexperia NL geen proceskostenspecificatie heeft overgelegd, zullen de advocaatkosten in reconventie conform het liquidatietarief worden begroot. Dat betekent dat een bedrag van € 1.842 zal worden toegekend.
5.45.
Het bedrag van € 19.842 wordt vermeerderd met het griffierecht van € 735, de deurwaarderskosten van € 125,97 en de nakosten van € 189, waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 20.891,97 (plus de verhoging van de nakosten in geval van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5.46.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De voorzieningenrechter:
in conventie en in reconventie
6.1.
veroordeelt Nexperia China zich met onmiddellijke ingang binnen het grondgebied van de Europese Unie te onthouden zich te beroepen op, de tenuitvoerlegging te vorderen, te bewerkstelligen of na te streven van of anderszins gebruik te maken van het Jiangsu Bevel, zulks op verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 1.000.000 voor iedere dag waarop Nexperia China (gedeeltelijk) in strijd handelt met deze veroordeling, met een maximum van € 100.000.000;
6.2.
veroordeelt Nexperia China in de proceskosten van € 20.891,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Nexperia China niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Nexperia China € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
6.3.
veroordeelt Nexperia China in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
bepaalt de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na de datum van dit vonnis;
6.6.
bepaalt dat de in 2.4 genoemde verbeteringen onder de vermelding van de datum 5 november 2026 worden vermeld op de minuut van het vonnis van 2 november 2026;
6.7.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 2 november 2026 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
6.8.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, rechter, bijgestaan door mr. R.W.J. Slits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2026.
Grondwet.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Silicium schijven die dienen als halffabricaat waarop de halfgeleiders worden gemaakt.
Burgerlijk Wetboek.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk.
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen).
Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
Verdrag van Brussel van 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen.
Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1054 (Dahabshiil).
EHRM 28 juni 2005, EHRC 2005, 94, m.nt. Fernhout (Zednik t. Tsjechië).
Hoge Raad 29 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6098 (CFS Bakel/Stork Titan).
Tarief II, 3 punten. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|